Gigabyte Aorus GeForce GTX 1080 Ti 11G review

Het is de beurt naar GTX 1080 Ti nummer vier die ons bereikte, en ja, hierna ben ik even aan een vakantie toe. De Gigabyte Aorus GTX 1080 Ti zoals je straks zal zien is een fysiek beest, maar zit desondanks in het midden van de 1080 Ti line-up van Gigabyte: de Gaming serie ziet er net onder (opvallend dat die wit gekleurd is overigens), terwijl ze ook nog een Aorus Xtreme Edition uitbrengen met een nog wat hogere kloksnelheid. Dat geeft dit model op moment van schrijven het voordeel dat het inmiddels de goedkoopste van onze vier GTX 1080 Ti’s is geworden (de Inno3D was eerst nipt goedkoper, inmiddels zit die hier net boven).

Een ander voordeel dat Gigabyte vast in de pocket heeft: van onze vier review beestjes is de Aorus GTX 1080 Ti de enige die vrij op voorraad ligt bij Nederlandse webshops. Voor zij net als ik niet geboren met extreem geduld in elk geval een prettige wetenschap.


Alvorens we naar de specifieke Gigabyte uitvoering gaan kijken eerst weer even een blik op de onderliggende Nvidia chip, de GP102. Als onderdeel van de Pascal generatie is ook deze chip op 16nm gebakken, maar ten opzichte van de GP104 in de GTX 1080 is de chip wel bijna 5 miljard transistors rijker, bovenop de reeds 7,2 miljard in de GTX 1080. Ten opzichte van de Pascal Titan is het echter een afname van ca 20%, waarbij het verschil zit in de double-precision floating point capaciteit die vooral bij workstation-ish taken tot hun recht komen, en niet bij gaming waar de GTX 1080 Ti uiteraard op richt. Ook anders dan de Pascal Titan is de keuze voor 11GB GDDR5X geheugen in plaats van HBM, maar ten opzichte van de GTX 1080 is de bandbreedte weer flink toegenomen, net als uiteraard het brute aantal rekenkernen. Hoe dan ook, op papier is het een ijzersterke kaart.

Het TDP van de GTX 1080 Ti is 250 Watt, een flinke portie boven de 180W van de al erg krachtige GTX 1080, in dat opzicht lijkt er dus wel weer een goede reden om voedingen boven de 550W in het vizier te houden, al komen we daar aan de hand van metingen straks nog op terug.




De GTX 1080 Ti mag dan wel de nieuwste powerhouse van Nvidia zijn, de Pascal basis houdt in dat de fundamentele featureset ten opzichte van de GTX 1080 en GTX 1070 niet is veranderd. Zaken zoals de hardwarematige x265 / HEVC decoding, wat we overigens ook al op de GTX 950 en 960 tegen kwamen, zijn zodoende ook weer van de partij. Ook Ultra HD (4K) beelden op 60FPS naar je moderne televisie sturen is geen enkel probleem dankzij de HDMI 2.0b poorten.

Voor de gamers is er nog altijd ‘Fast Sync’. Lang verhaal kort: De al-oude V-sync instelling voorkomt ‘screen tearing’ maar zorgt in feite voor een marginale vertraging. Geen vertraging die de gemiddelde casual merkt, maar funest voor competitieve play. Fast sync lost dit laatste grotendeels op en maakt in theorie dus een einde aan screen tearing, wat zeker nog speelt op niet-extreem-snelle schermen.



Voor gamers met een meer artistieke of sociale insteek (lees: streamen of anderzijds delen van gameplay) is Ansel wederom aanwezig, en inmiddels ook al iets verder geïmplementeerd dan bij de release. Games die dit ondersteunen laten je wanneer gewenst een screenshot maken, maar geven je op dat moment volledige camera vrijheid om dit te doen. Het maakt je game niet sneller, maar met de populariteit van het delen van de ervaringen toch een slim bedacht nieuwtje.



Terug naar de ouderwetse werkelijkheid van het reviewen: De specificaties:

Features
Powered by GeForce® GTX 1080 Ti
Integrated with 11GB GDDR5X 352-bit memory interface
WINDFORCE Stack 3X 100mm Fan Cooling System
Advanced Copper Back Plate Cooling
AORUS VR Link provides the best VR experience
RGB Fusion – 16.8M customizable color lighting
Protection Metal Back Plate
Built for Extreme Overclocking 12+2 Power Phases
Core Clock
Boost: 1708 MHz / Base: 1594 MHz in OC mode
Boost: 1683 MHz / Base: 1569 MHz in Gaming mode
(Reference Card Boost: 1582 MHz / Base: 1480 MHz)

Graphics Processing GeForce® GTX 1080 Ti
Core Clock Boost: 1708 MHz / Base: 1594 MHz in OC mode
Boost: 1683 MHz / Base: 1569 MHz in Gaming mode
(Reference Card Boost: 1582 MHz / Base: 1480 MHz)
Memory Clock 11010 MHz
Memory Size 11 GB
Memory Type GDDR5X
Memory Bus 352 bit
Card Bus PCI-E 3.0 x 16
Output Dual-link DVI-D *1
HDMI-2.0b*3 (Max Resolution: 4096×2160 @60 Hz)
Display Port-1.4 *3 (Max Resolution: 7680×4320 @60 Hz)
(Standard mode: Dual-link DVI-D*1, DP1.4*3, HDMI 2.0b*1)
(VR mode: DP*3, HDMI*3)
Digital max resolution 7680×4320
Multi-view 4
Card size H=55 L=293 W=142 mm
PCB Form ATX
DirectX DirectX 12 API feature level 12_1
OpenGL 4.5
Recommended PSU 600W
Power Connectors 8 pin*2
* The entire materials provided herein are for reference only. GIGABYTE reserves the right to modify or revise the content at anytime without prior notice.
* Advertised performance is based on maximum theoretical interface values from respective Chipset vendors or organization who defined the interface specification. Actual performance may vary by system configuration.
* All trademarks and logos are the properties of their respective holders.
* Due to standard PC architecture, a certain amount of memory is reserved for system usage and therefore the actual memory size is less than the stated amount.

Het gros van de features wordt uiteraard door de Nvidia GTX 1080 Ti chip zelf bepaald, maar wel zien we dat ook de Aorus GTX 1080 Ti een factory OC model is: met fabrieksoverclock dus. In tegenstelling tot Inno3D en net zoals bij ASUS en MSI voorziet Gigabyte hun model niet van een significante geheugen overclock.

Met net geen 30 centimeter is het geen extreem lange kaart, maar de 142mm breedte en 55mm dikte verraden wel dat het een flink beest is. Dat gaat voor de meeste GTX 1080Ti’s echter wel op, dus de grote vraag is eerder wat er dan anders is aan deze Gigabyte Aorus GTX 1080 Ti. Het antwoord: Genoeg.

Ok, anders dan een Founder’s Edition, maar stilstaande fans beginnen natuurlijk wel een beetje de standaard te worden. Net als RGB verlichting natuurlijk. Opvallender is in dat opzicht de koperen backplate, dus aan de achterzijde van de chip, via welke hitte ook kwijt zou moeten kunnen. In hoeverre dat een verschil maakt moeten we straks zien. Aan de voorzijde zien we in elk geval een koperen contact voor GPU en geheugen.

Wat aansluitingen betreft wordt het echt interessant. Niet alleen kiest Gigabyte ervoor om zowel de drie DP poorten in tact te houden voor die niche setups, maar dat ze dat doen terwijl er ook een tweede HDMI poort bij zit is wel opvallend. Ook de DVI poort is geplaatst. Die keuze heeft als gevolg dat er meer aansluitingen op zitten dan de chip aan kan en de oplossing is een andere bios versie flashen om te kunnen schakelen tussen de DVI- en de tweede HDMI poort. Het flashen kost een paar tellen en een reboot, dus in dat opzicht geen gek idee. Eigenlijk nog interessanter vind ik dat er intern een HDMI aansluiting op de kaart zit, waardoor je kaarten met een HDMI frontpanel of een los HDMI frontpanel intern kan aansluiten in plaats van achterop hooft te loopenn. Voor de VR liefhebber lijkt dit mij een mooie unieke feature.

Verder zien we dat ook Gigabyte kiest voor een eigen PCB met uitgebreidere stroomvoorziening, en ook zij maken natuurlijk de claim de beste componenten te gebruiken. Gezien ik daar inhoudelijk niets over kwijt kan: maak die afweging z elf.


What’s in the boooox.. well, a GPU of course, duh. Oh, en een handleiding en 2×6-pin naar 8-pin splitter voor die antieke voeding die –wel- extra 6-pins heeft en geen tweede 8-pins die je feitelijk al had moeten vervangen. Goed, verder gewoon een GPU dooske zoals we kennen met daarin een hele, hele dikke kaart.









Nee, het enthousiasme voor de kaarten neemt echt niet af, maar het uitpakken van GPU’s laat niet vaak echt wat opvallends zien. De kaart zelf aan de andere kant? Hot damn. Groot, dik, veel visuele details, ik weet bijna niet waar ik moet beginnen; ik vind het allemaal tof. De backplate dan maar, veel lijntjes, enkele oranje elementen die natuurlijk super bij bijvoorbeeld de X370 Gaming 7 passen maar het model net wat minder breed inzetbaar maakt, en het opvallende koperen deel aan de achterzijde van de chip.







De zijkant is met enige marge het dikste van de vier 1080 Ti’s hier, met veel grote stukken plastic en een mega RGB Aorus logo plus fan-stop LED.






Voorkant. Tja. Drool? Weer veel opvallende elementen zoals de aparte fan blade, de serieus aparte fan in het midden, het grote RGB kruis, en nog oranje. Smaken verschillen, en Gigabyte is duidelijk “in your face” met hun Aorus line-up, maar dat het een mega GPU is staat niet ter discussie.







Passend bij het oranje theme is wel leuk om te zien dat ze sommige koperen delen ook koperkleur hebben gelaten, het lijkt wel goed te passen. Naast de heatpipes treffen we overigens ook die aparte interne HDMI poort aan.



En zoals gezegd wat aansluitingen betreft heeft de Gigabyte er simpelweg het meeste op geplakt.


In de rode NZXT H440 ligt de Aorus met oranje details wellicht niet direct voor de hand, maar als je de SLI cover er af zou halen valt hij ook best snel weg. Toch wil ik de foto er even bij halen om te laten zien hoe groot dit beest daadwerkelijk is:



En RGB natuurlijk, zoals vaker laat ik de foto’s daar het werk doen, de rest spreekt voor zich.















De testopstelling is nu als volgt:
Processor: Intel Core i7-6700K
Moederbord: MSI Z170A Gaming Pro Carbon
Geheugen: Kingston HyperX Fury 16GB 2400MHz
Voeding: Cooler Master V-Series V750
Opslag: Crucial MX 300 SSD
Behuizing: Cooler Master Test Bench

Alle kaarten worden getest met de instellingen zoals ze uit de fabriek komen, fabrieks-overklok instellingen blijven dus in tact. Verder overklokken en eventueel resultaten die daarbij van toepassing zijn worden in de individuele reviews onder de header “overklokken” besproken. Indien geen resolutie is gespecificeerd mag je uitgaan van 1080p. Alle benchmarks zijn om uitschieters te voorkomen drie maal uitgevoerd, waarbij het gemiddelde wordt weergegeven. Bij noemenswaardige afwijkingen tussen de drie onderlinge resultaten wordt de benchmark nogmaals meerdere malen uitgevoerd om zo zeker te zijn van een betrouwbaar resultaat.

Een belangrijke opmerking met betrekking tot de drivers. Driver updates geven soms wat prestatieverbeteringen, maar veelal in specifieke games. Een vergelijking maken met een oudere kaart op oudere drivers is dan ook niet altijd 100% eerlijk. De meeste games in deze vergelijking zijn echter al eventjes uit, dus de kans dat een nieuwe driver verder geoptimaliseerd is voor die game is dan zeer klein. Het blijft echter onvermijdelijk risico gezien je nieuwe kaarten ook niet kan testen op oude drivers. Vooralsnog zijn alle GTX 1080 Ti’s met dezelfde drivers getest.

Alle games in deze review hebben een geïntegreerde benchmark. Dit zorgt voor een eerlijke vergelijking tussen de kaarten, de gebruikte instelling staat in de header van elke grafiek.


Laten we beginnen met toch wel de grote single GPU benchmark: 3D Mark FireStrike. Deze resultaten zijn nog altijd representatief voor onderlinge krachtverschillen en deze ranking pinnen we dan ook vast in alle onderstaande grafieken: zo zie je de directe concurrenten consequent direct naast de kaart in test.


Benchmarks!










In tegenstelling tot voorgaande reviews bevat dit hoofdstuk enkel de resultaten, de bespreking daarvan doen we achteraf.















In tegenstelling tot voorgaande reviews bevat dit hoofdstuk enkel de resultaten, de bespreking daarvan doen we achteraf.











In tegenstelling tot voorgaande reviews bevat dit hoofdstuk enkel de resultaten, de bespreking daarvan doen we achteraf.


DirectX 12 is een nieuw hoofdstuk in onze GPU reviews, en zacht uitgedrukt: vooralsnog een klein drama om een goede vergelijking in te maken. Hoewel we langzamerhand meer games zien verschijnen die DX12 ondersteunen, zo ook aankondigingen zien van games die het gaan ondersteunen, is die ondersteuning lang niet altijd even goed uitgevoerd of bevat de game geen betrouwbare benchmark. Zo zien we in sommige DX12 games juist mindere prestaties bij alle GPU’s ten opzichte van DX11. Hitman (2016) is een voorbeeld van een game waarin zowel DX11 als DX12 ondersteuning zit, maar je soms wisselende resultaten ziet waarover je vervolgens weinig kan concluderen of DX12 een game nu sneller maakt of niet, daarbij hebben ze in een recente patch ook een setting-lock ingebouwd op basis van de aangesloten GPU, waardoor direct vergelijken tussen GPU’s op specifieke settings niet langer mogelijk is; die benchmark kent dan ook maar een bescheiden vergelijking.

Total War: Warhammer benchmark is een ander voorbeeld, deze start veelal niet eens op met een GTX 1070 of GTX 1080, met de GTX 1060 kon ik enkel 1080p Ultra testen en liep de 1440p Ultra test keer op keer vast. Met de GTX 1050 en GTX 1050 Ti liep hij op alle instellingen zelfs vast en daarmee wordt dit hoofdstuk vandaag nog dunner. Gelukkig draaide de GTX 1080 Ti de tests wel, dus konden we er iets van in de grafiek toeveren. Hoe dan ook: De komende reviews zal dus nog hard gesleuteld gaan worden aan de manier waarop DX12 in GPU reviews meegenomen gaat worden.













In tegenstelling tot voorgaande reviews bevat dit hoofdstuk enkel de resultaten, de bespreking daarvan doen we in het volgende hoofdstuk.



Ook het verbruik van een GPU is een belangrijk punt. Ik heb het verbruik gemeten bij het stopcontact, oftewel het verbruik van het gehele bovenstaande testsysteem, met een Voltcraft 4500PRO. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een basic USB toetsenbord en een USB muis. Die verbruiken uiteraard ook een klein beetje, en op deze manier hoop ik het verbruik van een gangbaar systeem (excl monitor) te tonen. Hoewel deze meting niet exact bepaald wat de kaart verbruikt, krijgen wij zo wel een inzicht in het daadwerkelijke verbruik van een systeem, een redelijke vergelijking van het verbruik van de verschillende kaarten, en een indicatie van welk vermogen voeding geschikt zou zijn voor dit product.

Het verbruik op drie momenten is opgenomen in deze grafiek:
– Het gemiddelde verbruik van de computer gedurende 10 minuten in idle (Dus niet de slaapstand, vergelijkbaar met een beetje mailen of in word/excel werken).
– Het gemiddelde verbruik gedurende de gehele Thief benchmark op Very High op 1440p (Gamen).
– Het piek-verbruik gedurende de hele benchmark sessie.


Niet onverwacht verbruikt een systeem met een GTX 1080 Ti best wat stroom, de TDP van 250 W alleen al zegt natuurlijk iets. Toch is het alleszins redelijk wanneer je de grafieken ziet dat het complete systeem met Gigabyte Aorus GTX 1080 Ti nog geen 350 W uit de muur trekt tijdens gamen. Het valt ook op dat de Gigabyte de zuinigste is in de line-up van GTX 1080 Ti’s, wat ook wel past bij het plaatje van de net wat lagere prestaties direct uit de doos.

Het verandert allemaal niets aan eerder advies met betrekking tot de voedingsaanschaf: gebruik in combinatie met een beetje 400-450 W voeding op zich best mogelijk. Zou ik dat aanraden? Nee; de betere voedingen zitten veelal al rond de 550-650 W en door niet te hoog op hun schaal te zitten blijft de geluidsproductie ervan veelal lager. Oftewel daar zal je dan veelal toch op uitkomen, iets wat je dan ook enig overcapaciteit geeft voor bijvoorbeeld wat overclocking. Maar pin je vooral niet vast aan het 600W minimum genoemd in de specificaties.



In dit hoofdstuk bekijken we de geluidsproductie, doen we een stabiliteitstest (duurtest), en kijken we of er nog meer uit de kaart te halen valt.

Nog voor het testen viel op dat er bij de BIOS versies wat interessante informatie stond. Zo heeft de F3 bios een TDP instelling van 300W, terwijl de meest recente F4 een TDP setting van 250W heeft (Als referentie: ook de Gaming X heeft een TDP instelling van 300W). Ook viel in de grafieken op dat de kaart constant tegen de powerlimit aan zat, en dat terwijl de Aorus ook duidelijk zuiniger was dan de rest. Waar met de ASUS Strix OC, de MSI Gaming X of de Inno3D X3 Ultra het verhogen van de powerlimit an sich geen gevolgen had voor de prestaties bleek dat bij Gigabyte al genoeg om het gat met de eerste twee te dichten. Met de powerlimit op 100% ligt de boostklok namelijk op zo’n 1860 MHz (Inno3D zit op 1936MHz, ASUS op 1949MHz en MSI op 1924MHz), maar met de powerlimit open gaat de Gigabyte ook comfortabel op de 1936MHz zitten.

Uiteraard trekt het verbruik dan ook in verhouding, wordt de chip ca 5 graden warmer dan de keurige 70 graden waar deze kaart normaliter op hangt, en gaat de koeling ook wat harder aan de slag, maar het feit dat enkel de powerlimit genoeg is om de Core 5% hoger te tikken en daarmee die paar procent prestaties in te lopen doet mij wel afvragen of ze niet iets te voorzichtig zijn met hun stock setting.

In de standaard instelling is de Gigabyte onhoorbaar in idle, en ook onder zware load moest ik af en toe even checken of het systeem wel aan stond, zeker wanneer je de kaart in een beetje behuizing zet zoals de NZXT H440 hier blijft er niets meer van over, laat staan als je een headset op zet of speaker aan zet. De verhoging van de powerlimit brengt de Aorus wel naar het hoorbare op de testbench, al zij het duidelijk minder dan wat de Inno3D X3 Ultra standaard al produceert. Daarbij blijft er in de gesloten NZXT H440 ook feitelijk niets meer van over. Het wordt dus duidelijk dat je zelf redelijk eenvoudig kan kiezen tussen een beetje meer prestaties ten koste van een beetje meer geluid, of dat je die paar procent prestaties voor lief neemt.

De maximale overclock van deze kaart ligt aardig in lijn met de concurrentie. De Inno trok hooguit 1987MHz, de MSI en ASUS 2025MHz, en de Gigabyte komt uiteindelijk op 2012MHz op de core alvorens de problemen ontstaan; redelijk in de marge allemaal en kunnen we dus weinig concluderen over onderlinge verschillen. Zoals altijd zal het overclocken –altijd- per sample verschillen, hou daar altijd rekening mee.



Om andere resoluties te bespreken op basis van bovenstaande resultaten eerst de grafiek met het aantal pixels per resolutie:


Dat de GTX 1080 Ti een beest is wisten we inmiddels en komt niet meer als verrassing. Het gat met de GTX 1080 is groot, het gat met alles eronder is gigantisch, en als je gewoon het dikste wil dan weet je al waar je uit komt. Dat rest nog wel de vraag wanneer het zinvol is. Discussies over 1080p 240Hz schermen terzijde, sowieso heb je geen 240Hz nodig om te profiteren van een sneller scherm en laten we vooral niet beginnen over de afmetingen van die doelgroep, denk ik niet dat de combinatie met welk 1080p scherm dan ook voor de hand ligt. Zit je nog onder 1080p met je scherm? Stop eens even met deze review lezen en ga eens een beetje normale monitor kopen joh, pff.

Het is 2560x1440p waarbij de GTX 1080 Ti zijn meerwaarde begint te tonen en interessant wordt voor zij die het geld ervoor kunnen missen. Op die resolutie kom je echter ook prima uit de voeten met een GTX 1080 of GTX 1070, met af en toe een klein stapje terug in de zwaarste games (Thanks Deus Ex…). Vanaf dat punt, denk aan 3440x1440p gaming en uiteraard 4K gaming, dan zien we niet alleen dat de extra prestaties goed van pas komen, feitelijk elke upgrade tot nu toe kwam daar wel van pas, maar zien we voor het eerst structureel soepele framerates in games op de hoogste instellingen. Hier en daar is een zware detail instelling met wat te pittig, en een overclocked model zoals deze Gigabyte is dan toch net even lekkerder, maar in zijn algemeenheid is het gewoon uitstekend 4K gamen met een GTX 1080 Ti. Je kan de bovenstaande tabel eventueel gebruiken om een evaluatie te maken van gebruik op drie 1080p schermen (no problemo).

In hoeverre 4K gaming interessanter is dan een snel 3440x1440p of 2560x1440p scherm mag je zelf bepalen, 4K is zoals je ziet een flinke belasting in vereiste rekenkracht, en ook ontbreken daar de echt snelle schermen die wel te vinden zijn met 2560x1440p/3440x1440p, ook voor die laatste opties rest geen twijfel over wat gewoon de ultieme kaart is van dit moment.


Wat de verhoudingen betreft tussen de Gigabyte Aorus en de MSI, ASUS en Inno3D variant lijkt het duidelijk dat de Aorus meer op de MSI en ASUS lijkt dan de Inno, die laatste geeft het concept ‘stil’ op voor prestaties terwijl de Aorus standaard vrijwel onhoorbaar zijn werk verricht. De Aorus, de MSI en de ASUS liggen wat temperaturen en geluidsproductie in elk geval erg dicht bij elkaar. De Aorus is wel weer goedkoper dan de MSI en de ASUS, wat op zich het prestatiegat in het nadeel van van deze kaart wel zou verklaren, het is tenslotte de Xtreme uitvoering die daar direct de strijd tegen aan zou moeten gaan. Maar toch steekt het een beetje dat een andere bios of een kleine boost van de power limit voldoende is om de grafiekjes in elk geval weer op één lijn te brengen. Al vraag ik mij altijd af of je dergelijke verschillen ooit zal ervaren.

Het is zoals eerder besproken wel zo dat wanneer je de powerlimit verhoogt en de prestaties in lijn brengt met de MSI en de ASUS dat de Gigabyte een paar graden uitloopt (relatief gezien, absolute termen gewoon geen zorgen) en ook een paar decibel uitloopt. Dat zou je wellicht niet verwachten van de dikste koeler van de drie plus de extra koperen elementen in en achter de koeler, al kan je je net als bij de Inno3D review nog altijd afvragen wat het praktische gevolg is van de verschillen, zeker wanneer het verschil in geluidsproductie hier kleiner blijft dan bij de Inno het geval was. Het doet je desondanks afvragen wat de werkelijke meerwaarde van die extra koperen elementen is, en of het stiekem toch niet een beetje marketing is. In de core temperaturen zien we er in elk geval geen voordeel uit komen, maar het is ook zo dat de Aorus koel constructie ook de andere elementen zoals de VRAM in dezelfde constructie meeneemt. Ik kan echter niet beoordelen wat het praktische gevolg is van de verschillende keuzes die fabrikanten maken, en uiteindelijk zijn de absolute resultaten dermate prima dat ik het zelf in mijn GPU keuze niet wakker van zou liggen. Dus ja, een redelijk hoog “who cares, it works” gehalte 😉

Één ding is echter zeker, de interne VR header is iets unieks, zo ook de combinatie 3 DP en 2 HDMI achterop; als je de optie voor VR en 4K surround open wilt houden zit je hier wel lekker safe.




Er is eigenlijk weinig wat niet klopt aan de Gigabyte Aorus GTX 1080 Ti. Bij een high-end chipset verwacht je een beestachtige kaart, en hoewel ik zeker niet verwacht dat iedereen warm zal lopen voor een extreem design als dit is het overduidelijk dat dit model de term ‘beestachtig’ eer aan doet. Hij komt ook met een nette overclock, ruim voorbij de specificaties zoals we van de meest recente Nvidia boost tech verwachten, hij loopt lekker stil, heeft geen last van throttling (ahem FE) en is daarbij (op moment van schrijven) de goedkoopste van de vier op tafel, de Inno3D was eventjes goedkoop verkrijgbaar, maar de Aorus zie ik –nu- beschikbaar voor 802 euro terwijl het volgende model in de prijs lijn voor 849 over de toonbank gaat (MSI Gaming X). Toch wel een significant verschil.

Droog bekeken is er ook met de prestaties helemaal niets mis. Kijken we naar andere stille kaarten zoals de MSI Gaming X en ASUS Strix OC, de Inno3D gaat duidelijk een andere kant op met meer power ten koste van geluid en wat warmte, dan loopt de Gigabyte Aorus een paar procent achter, maar is het prijsverschil procentueel groter; we moeten niet vergeten dat de Aorus Xtreme edition met hogere core- en geheugen overclock daar de directe tegenhanger van is terwijl deze net lager wordt gepositioneerd en dus ook iets trager zou moeten zijn. Op dat moment kan je twee kanten op gaan “maar die paar procent prestaties merk je niet in games” of “maar die paar tientjes op een 800 euro+ kaart merk je niet in je broekzak”, beide prima valide punten en je moet je eigen gevoel volgen in welke groep je wilt gaan zitten.

Desondanks steekt het een beetje dat die paar procent extra prestaties wel heel simpel voor het oprapen liggen: enkel door de powerlimit iets omhoog te krikken (of de bios met hogere TDP setting flashen) komt de Aorus langszij de Gaming X. Gezien hoe eenvoudig dat is en je op dat moment de grafieken ook echt recht trekt ontkom ik toch niet aan het gevoel dat die iets agressievere koers eigenlijk voor de hand lag om de prijs-prestatieverhouding meer in het voordeel te trekken. Neig je toch richting nog wat meer power en interesseren die paar tientjes je minder kan je ook even spieken bij de Aorus GTX 1080 Ti Xtreme Edition, de nipt luxere/snellere broer van dit model die feitelijk direct tegenover de Gaming X en de Strix OC gepositioneerd is, en ook nog eens het voordeel kent van een extra jaar garantie boven zowel de standaard Aorus -als- de drie concurrenten in de grafiek.. Op moment van schrijven is die lastiger leverbaar, het feit dat je een Aorus GTX 1080 Ti direct uit voorraad kan kopen is al heel wat op de huidige GTX 1080 Ti markt, maar vergeet ook niet dat de markt voor deze gloednieuwe GTX 1080 Ti modellen nog bijzonder onstabiel is wat een keihard oordeel op prijs-prestatie niet eenvoudig maakt. Het is dan ook zaak om goed op te letten hoe de prijs verhoudingen van dag tot dag liggen, en als je niet verlegen zit voor een grafische kaart kan je een beetje geduld al snel vertalen in een relevant gunstigere deal.

In de meest basale voor GPU‘s relevante prijs-performance afweging (rekening houden met de prijs schommelingen) doet Gigabyte dus gewoon prima zaken. En ook wat features betreft scoort Gigabyte met hun Aorus model punten. Ja stilstaande ventilatoren in idle zijn wel de standaard en ook RGB verlichting is bijna een verplichting (RGB-verplichting?), en ook hier moet ik mij wel even afvragen of de aanwezige single-colour elementen heel handig zijn met een RGB feature, maar de volledige RGB actie zit er wel gewoon op net als andere high-end vanzelfsprekendheden zoals een dikke backplate. Positieve kanttekeningen ook voor de aanwezige interne HDMI header voor VR purposes en de aanwezigheid van twee HDMI en drie DP poorten achterop, daarmee houdt Gigabyte de deur open voor bepaalde specifieke gebruiksdoelen die de drie anderen sluiten.

Vier GTX 1080 Ti ervaringen rijker zie ik vier kaarten met hun eigen duidelijke plus- en minpunten, en ik kan mij ook prima inbeelden dat iemand die de keuze op elk van die modellen laat valleen daar dan gelukkig mee is. Het is wel een keuze waarbij je toch je persoonlijke voorkeuren wat betreft performance, geluidsproductie, uitstraling, prijs of zeker in het geval van de Gigabyte een specifieke feature wens bepalend moet laten zijn. Een absolute winnaar zie ik niet, maar ik kan gerust stellen dat de Gigabyte Aorus uitvoering van de GTX 1080 Ti is toch ook een damn begerenswaardige kaart is.

Nog enkele vergrotingen, klikken voor vol formaat:


Over Redactie

Stephan en Nada kennen elkaar dankzij online gaming en een liefde voor toffe tech. Tegenwoordig houden zij elkaar bezig met maken van reviews van computer hardware. Hun doel: Uitgebreide reviews die je een realistisch beeld geven van wat je van het product mag verwachten.