Tijd voor deel 3 van het stukje achtergrond over muizen, ons gebruik daarvan, en in het verlengde het pad naar een betere muisaankoop. In deel 1 bespraken we de manier van vasthouden (en in het verlengde daarvan feitelijk de vorm), deel 2 ging puur over de prestaties, en vandaag in deel 3 pakken we het vangnet erbij om ‘het overige relevante’ wat komt kijken bij het beoordelen van een muis. Het idee is om bewustzijn te creëren op gebied van muizen, en vervolgens een beter overwogen aanschaf te doen. Cooler Master was zo vriendelijk een setje muizen op te sturen met de zeer uiteenlopende eigenschappen die we nodig hebben voor deze stukjes. Variërend van de betaalbare middenklasser met lasersensor (de Mizar) tot de twee optische topmodellen (De MasterMouse L en de Sentinel III, de één ergonomisch en de ander niet) en de vreemde eend in de bijt: de Xornet II.



Van links naar rechts: De Sentinel III, de MasterMouse Pro L, de Mizar en de Xornet II

Voor alle duidelijkheid: Uiteraard voldoet praktisch elke muis wel om een beetje te browsen, we richten ons hier dan ook vooral op mensen die hun muis dagelijks intensief gebruiken. Of het dan om gamen gaat of bijvoorbeeld foto-, video- of design werk maakt niet eens veel uit. Anyhow, nu je uitgevogeld hebt welke manier van vasthouden bij jou past, dus welke vorm je zoekt, en je de keuze hebt gemaakt om wel of niet te investeren in een muis met een ultieme sensor, zou je wellicht denken dat je er bent. Toch moeten we nog even verder nadenken over…

Quality is not an act… (alhoewel, vraag het de marketeer.)
Kwaliteit is een beladen begrip, en even goed cruciaal als complex. Een zwaardere muis voelt, zeker in de hand van de leek, in eerste instantie veelal steviger en ‘betere kwaliteit’, echter belast gewicht de hand en pols ook meer en zegt dat gevoel helaas bar weinig over de daadwerkelijke levensduur. Hoewel gevoelskwaliteit niet onbelangrijk is voor het aankoop-genot, cruciaal als je veel geld uitgeeft, is juist de inhoudelijke kwaliteit van de onderdelen cruciaal, en vooral de gebruikte switches zijn daarbij van belang. Menig gamer zal ervaring hebben met een chique muis die op termijn opeens overal dubbelklikt bij het eenmalig indrukken van de knop. Alle muizen die je in dit stukje ziet bevatten switches van Omron, net als overigens 90% (zo niet 99%) van alle beetje merk muizen op de wereld, en zoals zo’n beetje alles in de wereld kunnen die kapot (en geval van Omron switches ‘overlijden’ ze vaak met een dubbelklik spasme). Het typische geluid en gevoel van Omron zal menig muizer vast ook bekend zijn, echter maken ze deze in zowel prut als top kwaliteit waarbij de meeste mensen op gevoel het verschil niet zullen herkennen; feitelijk merk je dat pas als het te laat is. “20m” Omrons (bijv in de MasterMouse Pro L) gaan zo’n 20 miljoen klikjes mee, terwijl het gros van de muizen “5m” varianten meekrijgt, of varianten zonder levensduur rating, waarbij je na 2-3 miljoen kliks al genoegen moet nemen. Hoewel het lastig in te schatten is hoeveel iedereen klikt is de vuistregel dat een dagelijks actieve muizer de 5 mil wel moeten halen in een jaartje of 2-3; investeren in een muis met kwaliteit switches is dan ook geen gek idee als je een fanatieke gebruiker bent.


De Omron D2FC-F-7N die in eindeloos veel muizen zit. Zonder toevoeging aan het einde hebben die een levensduur van 5m clicks

Gelukkig hebben de laatste paar jaar een trend gezien dat er vanuit de gebruiker veel meer op de daadwerkelijke switchkwaliteit wordt gelet, en de fabrikanten haken daarop in door meer aandacht te besteden aan die kwaliteit in plaats van enkel op het maximale DPI niveau waar ze allemaal zo goed in zijn. Drie jaar geleden was een muis met 20m rated switches zeldzaam, tegenwoordig zijn er verschillende opties vanaf het middensegment. Helaas is er minder aandacht vanuit de consument (en als gevolg de fabrikant) voor de kwaliteit van de secundaire switches (duimknoppen, scrollwiel), elementen waarbij we meer onderliggende fabrikanten tegenkomen en ook uiteenlopende implementaties. Ergens logisch gezien die veel minder worden belast, en het is dan ook zelden een beperking van de levensduur, maar een degelijke ‘click’ en feedback bij het indrukken brengt het kwaliteitsgevoel weer een stuk omhoog. Een budget muis biedt vaak een weinig scherpe en wat doffe ‘tik’ bij dergelijke knoppen, dus de scherpte (cq kwaliteit) van die secundaire elementen dient zeker overwogen te worden.

You must construct additional buttons!
Als we het over switches hebben moeten we ook even de knop layout aanhalen. De meeste muizen hebben tegenwoordig twee duimknoppen, en praktisch allemaal laten ze je ook de functies eronder aanpassen. Wil je meer? Muizen zijn vandaag de dag te koop met eindeloos veel handige, innovatieve of opvallende oplossingen, soms met een vleugje ‘wtf’. ‘Iets meer’ wordt over het algemeen gewaardeerd door all-round gamers of MOBA gamers, ‘veel meer’ zie je over het algemeen gebruikt worden bij MMO gamers. Welke layout ideaal is is persoonlijk, maar ‘meer’ is niet altijd beter gezien knoppen ook in de weg kunnen zitten, of wellicht kunnen MMO gamers wel wat momentjes herinneren waarbij één medespeler de hele raid deed wipen met een ‘oops wrong button’. Wijsheid lijkt dan ook gewoon even te bedenken hoe veel knoppen je echt wilt hebben.

Overigens, een leuke toevoeging in enkele recente muizen is een shift-feature om zo het netto aantal opdrachten te verdubbelen (of andere leuke extra features in de software) zonder extra knoppen te plaatsen. Handig voor die incidentele acties zonder een wirwar aan knoppen nodig te hebben.


De TX knop ‘shift’ je andere knoppen naar een tweede functie, niet de eerste muis die dat doet, maar wel een handige feature.

Put your coat(ing) on.
Wat coating betreft is er geen ‘goede’ keuze; die is persoonlijk. Slechte keuzes zijn er soms wel, wanneer coatings loslaten vanuit de fabriek, maar dat zijn uitzonderingen. Over het algemeen zal je termen zien als “plastic” en “rubberized” (De compacte Xornet II die je hier ziet is daar één van), waarmee je inderdaad de meeste muizen omschrijft, al combineren sommigen de twee materialen. Rubber voelt wat zachter en wordt in de regel als comfortabeler ervaren, maar het houdt ook viezigheid meer vast en het zegt niets over de daadwerkelijke grip; kunststoffen komen in tig varianten waarbij je soms nog meer grip hebt dan bij een rubberized muis (en ook daar zien we grote verschillen), en soms een spiegelglad model kan hebben. Ook hier geldt dus dat je vrijwel gedwongen wordt reviews te lezen; uit de specs haal je feitelijk niets. Maar maak simpelweg een keuze welk materiaal je fijn vindt, en of je juist een wat gladdere muis of een meer stroeve wilt.


De harde UV coating hier op de MasterMouse S houdt vingerafdrukken en vuil goed weg

Voor mensen die gevoelig zijn voor ‘yucky’ muizen, bijvoorbeeld vanwege zweethandjes, zijn er ook zeker modellen die veel viezigheid afstoten (de UV coating van bijvoorbeeld de Sentinel en MasterMouse zijn daar echt uitstekende voorbeelden van, al kunnen die voor sommigen ook weer wat ‘hard’ aanvoelen). Het verschil tussen zo’n harde afstotende coating en een gemiddelde zachte coating na een aantal maanden is, zelfs met normale handhygiëne, echt fors.

Nogmaals: geen harde goed/fout keuze, wel food for thought.

To be wired, or not to be wired.
Het is niemand ontgaan dat de meeste consumentenmuizen draadloos zijn, en de meeste game muizen bedraad. Simpelweg vanwege de meestal zo’n 10 milliseconde vertraging van een (betere) draadloze muis. Beetje nuance: kijk je de hele actie-reactie chain van gebruiker naar server van een online game en je zit al snel op de 200-250ms en is 10ms niet schokkend, veelal niet eens merkbaar, maar online gamen is een serieuze business geworden en elke paar milliseconden winst die voor het oprapen liggen laat je dan ook niet liggen. Een draadje is voor fanatieke gamers dus veelal geen armoe, maar puur prestatie keuze. Hoewel er, met Logitech voorop, hard getimmerd wordt aan draadloze muizen die op gebied van snelheid geen concessies doen komt die beweging ook niet zonder consequenties; het kost aardig meer (serieuze draadloze game muizen onder de 100 euro zijn een uitzondering), en de kabel ligt er alsnog om regelmatig op te laden; enkel de laatste paar decimeter worden draadloos overbrugd. Hoewel draadloos dus zich langzaam zal gaan aanbieden als alternatief, iets wat natuurlijk al het geval was voor de iets meer casual gamer, is het dus niet heel dat menig gamemuizenbouwer het simpelweg bij een draadje houdt.

Extra’s-ordinary
Feitelijk een inkoppertje, maar denk ook even na over de extra features die een muis te bieden heeft. Extra’s in de traditionele zin is een lastiger verhaal tegenwoordig. Waar leuke draagzakjes ooit gebruikelijk waren zien we tegenwoordig vooral de keuze voor kostenbesparingen. Af en toe kom je ze nog tegen, net zoals een chique verpakking (echt een uitzondering tegenwoordig), maar echte luxe lijkt wederom onder de 100 euro nauwelijks nog te vinden Ook een niet heel vreemd element, want het zou mij niets verbazen dat de meeste van die tasjes en verpakkingen vlot de prullenbak in is gegaan. Een handje vol muizen biedt nog wel –iets- extra’s, bijvoorbeeld een extra topcover of sidegrip, een extra setje gliders, optionele gewichtjes, of wat leuke stickers (tja, ze moeten wat he?), maar de praktische implicaties blijven veelal beperkt tot een stukje nuance.


Extratjes zijn leuk natuurlijk, zelfs al brengen ze vooral nuanceverschillen.

Hetzelfde kan je ook zeggen voor de RGB verlichting die tegenwoordig overal en nergens in zit, of bijvoorbeeld OLED features in muizen. Het ziet er heel leuk uit, maar de praktische meerwaarde is beperkt; wie kijkt er naar z’n muis? Uiteindelijk zijn die features, net als menig eerder genoemde extra’s, er eigenlijk vooral om op te vallen in een markt met praktisch oneindig veel keuze. Maar er zijn dan ook zo veel prima muizen te koop van eindeloos veel merken, dat het vrijwel onvermijdelijk is dat fabrikanten toch iets proberen te doen om op te vallen, of in het geval van sommige muizen juist het tegenovergestelde doen; opvallend onopvallende modellen in een markt ruim voorzien in kermisattracties. Gelukkig geeft het ons iets te kiezen zullen we maar zeggen?


RGB LEDjes en een LED venster om je instellingen af te lezen; we kunnen over de praktische waarde discussieren maar het oogt toch leuk

Bij het ‘extra softwarepakket’ zien we veelal wel grote verschillen. Deze pakketten variëren van matig tot super gepolijst, echter is het zeldzaam dat een softwarepakket echt noemenswaardige elementen mist. Heel zwaar weeg ik de software dan ook niet, mits het werkt, maar het kan een aandachtspuntje zijn als je iets unieks zoekt, bijvoorbeeld een muis waarbij de instellingen op de muis zelf worden opgeslagen zodat je hem (met je settings) mee kan nemen. Maar ook dat lijkt tegenwoordig meer regel dan uitzondering.

Buy a mousepad stupid!
Deze is best wel cruciaal, maar het effect van een goede muismat zie ik veelal toch worden onderschat. Je kan muizen met een chique sensor kopen, of uitstekende glij-eigenschappen, maar het prestatieverschil tussen een gemiddeld bureau en een instap muismat is veelal groter dan die tussen goedkopere en duurdere muizen, en zelfs een budget sensor profiteert van een beetje mat. Elke keer als iemand een dikke sensor op een gelakte houten tafel gebruikt sterft er ergens een lieve kleine kitten, dus doe dat gewoon niet als je scherp wilt muizen. Sommige sensoren zijn er uiteraard gevoeliger voor dan anderen, maar in elk geval behaal je optimale prestaties enkel met een beetje muismat. Voor je browsen en excel sheets zal het niet hoeven, maar als je een beetje wilt gamen of ontwerpen pak dan ook een muismatje mee.


Grote matjes, kleine matjes, stop ze zeker -niet- in de wasmasjien. Gewoon een vochtig doekje op zn tijd voldoet

Al is het maar een eenvoudig ding van een tientje of wat, het is bijna altijd beter dan niets. Luxere varianten bieden uiteraard vaak net wat meer kwaliteit, bijvoorbeeld gestikte (of anders afgewerkte) randjes om rafelen tegen te gaan en dus langer mee te gaan, of meer specifieke glijeigenschappen. Zal er hier niet te diep in gaan, maar wellicht een leuk onderwerp voor een vervolg artikeltje?


Afsluitend.

Natuurlijk is er nog veel meer om over na te denken bij je muis keuze dan we in deze drie stukken hebben doorgenomen, maar uiteindelijk blijven veel elementen gewoon 100% subjectief. De één vind grote duimknoppen fijn, de andere heeft liever een plekje om zijn pink te rusten, en zodoende gaat niets boven zelf ervaren. Toch hoop ik dat deze stukjes je hebben geholpen even stil te staan bij je huidige gebruik, en een beetje te sturen wanneer je aan een nieuwe muis toe bent; er komt namelijk heel wat meer kijken bij muizen dan enkel die extreme DPI waardes waar je mee suf gegooid wordt. In elk geval moet het muisreviews beoordelen makkelijker maken!

Feedback of vragen? Laat gerust hieronder een reactie achter.

Sprongetje naar deel 1: Muis gripstylen
Sprongetje naar deel 2: Sensoren
Sprongetje naar onze reviews van randapparatuur


Over Redactie

Stephan en Nada kennen elkaar dankzij online gaming en een liefde voor toffe tech. Tegenwoordig houden zij elkaar bezig met maken van reviews van computer hardware. Hun doel: Uitgebreide reviews die je een realistisch beeld geven van wat je van het product mag verwachten.